donderdag 2 december 2010

Leesvragen Week 2

Foto: PixFans.com

Vraag 1 (Joost Raessens – Computer Games as Participatory Media Culture):
Raessens legt in zijn tekst uit over het verschil tussen deconstruction, reconfiguration en creation. Over het verschil tussen reconfiguration en creation noemt hij de hack-functie in het spel Enter the Matrix reconfiguration en de mods en patches die door fans gemaakt worden creation. Beide concepten bieden de gamer de mogelijkheid om het spel aan te passen. Waarin ligt nu het verschil tussen reconfiguration en creation?

Vraag 2 (Katie Salen & Eric Zimmerman – Game Desing and Meaningful Play):
Salen en Zimmerman citeren Hallford en Hallford die van mening zijn dat een spelontwikkelaar de regels van het spel duidelijk aan de gebruiker (speler) moet presenteren. Een actie (het drukken op een knop) mag niet eerst een beloning (opening van geheime deur) en later een afstraffing (grote vuurbal) tot gevolg hebben. Dergelijke spelonderdelen zouden het winnen van het spel meer maken tot een kwestie van geluk dan een kwestie van spel. Maar is het binnen huidige games niet juist geoorloofd om dergelijke onderdelen in games te verwerken? Zolang het slechts als extra onderdeel werkt (en geen onderdeel uitmaakt van de hoofdlijn van het spel) kan het juist een spannende zijlijn in het spel opleveren waarbij de speler zelf uitvindt dat hij bij het uitvoeren van die actie zowel beloond als gestraft kan worden? Als hij dat weet is het spel toch nog steeds discernable en integrated?

Vraag 3 (Marc Prensky – Computer Games and Learning: Digital Game-Based Learning):
Gamen in het onderwijs is volgens Presky de toekomst van het onderwijs. Het is logisch omdat alle kinderen van nu opgroeien met games om zich heen en via deze gemedieërde weg gemakkelijk te bereiken en volgens Prensky te onderwijzen zijn. Prensky meent dat in 2025 er bijna niemand is die niet zijn hele leven door computergames is beïnvloed. Maar als er voor ieder vak een game komt, om het onderwijs 'leuker' te maken, is onderwijs dan nog wel onderwijs of slechts een spel? Moeten kinderen niet leren dat het leven (leren, werken, enz.) bestaat uit leuke dingen en minder leuke dingen? Is het niet beter als slechts enkele vakken (bijvoorbeeld de saaiste of moeilijkste) vervangen worden door games en we de rest traditioneel houden?

Vraag 4 (kadervraag):
In de teksten van Raessens, Salen & Zimmerman en Prenky wordt beschreven hoe spelers door computerspellen geëngageerd worden, hoe zich dit uit en wat we hiermee kunnen (zowel voor de entertainment- als de onderwijswereld). Het gaat hier om spellen van de laatste 15 tot 20 jaar. Welke ontwikkeling in computergames maakt dat er voor die tijd nog niet op dit niveau over games werd nagedacht en gesproken en de laatste jaren wel?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten